Pete
Hij liep op de rand van een glazen plaat op miljoenen kilometers hoogte.
Aan de ene kant, ver, ver onder hem, waren de snerpende geluiden en oogverblindende kleuren gedempt. Hij zag het stroblonde haar en de priemende blauwe ogen van zijn zus, maar hij was nu zo ver weg dat ze hem geen pijn konden doen.
Hij zag de restanten van de lugubere monsters met de felle ogen die geprobeerd hadden hem op te eten. Het waren schaduwen die loom omlaag zakten naar de groenige gloed heel, heel ver in de diepte.
Ze hadden geprobeerd hem te pakken met hun stekende tongen en malende bekken, dus had hij ze laten verdwijnen.
De pijn in zijn lichaam was weg. Hij was koel en licht en opvallend soepel. Hij maakte een radslag over de rand van het glas en lachte.
Zijn lichaam, vol hitte en pijn en hoestbuien als vulkanen, was ook weg. Net als de insecten.
Geen lichaam, geen pijn.
Kleine Pete glimlachte omlaag naar de Duisternis. Die probeerde hem niet meer aan te raken, maar deinsde terug.
Hij was bang.
Bang voor Kleine Pete.
Kleine Pete had het gevoel alsof er een enorm gewicht van zijn schouders was gevallen. Alles, de te felle kleuren en de te priemende ogen en de vage tentakels die naar zijn geest hadden gereikt, alles was zo vreselijk ver weg.
Nu zweefde Kleine Pete weg van de glazen plaat. Hij hoefde daar niet langer gevaarlijk op te staan wankelen. Hij kon overal heen. Hij was verlost van de zus en verlost van de Duisternis. Hij was eindelijk verlost van het door ziekte geteisterde lichaam. En hij was ook verlost van het gekwelde, verknipte, onvolgroeide brein dat de wereld zo pijnlijk voor hem had gemaakt.
Voor het eerst keek Kleine Pete naar de wereld zonder dat hij in elkaar kromp of weg wilde rennen. Het was alsof hij al die tijd door een sluier naar de wereld had gekeken, door matglas, en hem nu voor het eerst in zijn korte bestaan pas echt goed zag.
Hij had zich zijn hele leven moeten verschuilen. En nu hapte hij naar adem van opwinding door alles wat hij zag en hoorde en voelde.
Zijn zieke lichaam was verdwenen. Zijn vertekenende, angstaanjagende brein was verdwenen.
Maar Pete Ellison leefde als nooit tevoren.